vrijdag 28 mei 2010

De gebroken snaar van taalkundige Wilhelm Bleek

Pionier uit Duitsland
Op vrijdag 28 mei wordt op Nederland 2 een nieuwe aflevering van het VPRO-programma Het uur van de wolf uitgezonden: De gebroken snaar. Hierin kan de kijker kennismaken met de Duitse taal-pionier Wilhelm Heinrich Immanuel Bleek (1827-1875), die in 1855 naar Zuid-Afrika is vertrokken om aldaar op zoek te gaan naar wat hij beschouwde als "de oorsprong van de taal". In de gevangenis van Kaapstad kwam Bleek in contact met mensen die hetzij waarlijk crimineel waren of als zodanig werden beschouwd en die een volstrekt onbekende taal spraken. Bleek raakte daardoor volkomen gefascineerd, in eerste instantie vanwege de klikklanken.
Wilhelm Bleek is er vervolgens in geslaagd, toestemming te krijgen voor het in huis nemen van enkele van die gevangenen, waardoor hij beter in staat werd gesteld hun uitzonderlijke taal aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Gedetailleerde documentatie

Bleek heeft al zijn bevindingen tot in detail gedocumenteerd in onder meer150 notitieboekjes met op de linkerpagina teksten in die |Xam-taal en op de rechter bladzijde hetzelfde in het Engels. Verder bestaan er nog zo'n 60.000 documenten en een woordenboek-systeem. Dat alles bevindt zich in het Wilhelm Bleek Archief in een bibliotheek te Kaapstad.
De documentaire die zal worden uitgezonden tussen 22:55 uur en 23:55 uur, onthult meer details en toont een deel van de enorme hoeveelheid documenten, alsook foto's van Bleek zelf, zijn 'rechterhand' Lucy Loyd — die zijn schoonzuster zou worden —, en tevens van gevangenen die in Huize Bleek hebben meegewerkt aan zijn onderzoek.
Het ligt in de verwachting dat de documentaire binnen niet al te lange tijd zal worden herhaald op het digitale kanaal
Geschiedenis 24. In de VPRO-Gids van deze week — nummer 21 voor de periode van 22 t/m 28 mei — staat een drie pagina's lang artikel over dit thema met 10 illustraties. Het artikel is geschreven door Ella Looijenstijn.

maandag 5 april 2010

Twee taal-gedichten van Rudolf Steiner

Die Sprache ist zum Teil Traum,
zum Teil Vorstelling.
W a h r h e i t würde man erhalten,
wenn man den Atemrhytmus
der Welt aufnähme.
In der Vorstellung

ist der Inhalt zu klein,
im Wollen zu groß.

Aus einem Notizbuch



*    *     *     *     *


Wer der Sprache Sinn versteht
Dem enthüllt die Welt
Im Bilde sich

Wer der Sprache Seele hört,
dem erschließt die Welt
Ihre Wesenheit.

Wer der Sprache Geist erlebt,
Den beschenkt die Welt
Mit Weisheitskraft.

Wer die Sprache lieben kann,
Dem verleiht sie selbst
Ihre eigne Macht.

So will ich Herz und Sinn
Nach Geist und Seele
Des Wortes wenden

Und in der Liebe
Zu ihm  mich selber
Erst ganz zu empfinden.


März 1921— Spruch zum Beginn 

des Altsprachenunterrichts in der 
Freien Waldorfschule Stuttgart.
__________
Meer gedichten van Rudolf Steiner zijn te vinden in een bijdrage op de Nederlandse fin de siècle site All art is quite useless van Rond1900.nl, aldaar gepubliceerd op zondag 4 april.
Verder op onze zustersite Tempel der Dichtkunst, eveneens in een publicatie van 4 april.
Ook op de redactioneel aan deze site gelieerde algemene cultuursite Rondom kunst en cultuur zijn twee gedichten van Rudolf Steiner te vinden, die aldaar heden zijn opgenomen.

zondag 14 juni 2009

Recidiverende taalgedrochten in NOS-presentaties

NOS-wartaal
Verslaggever Eikelboom: "De bedoeling is om alle journalisten het land uit te krijgen, wij zijn één van de eerste slachtoffers."
Wij, meneer Eikelboom, is een meervoud, en derhalve is het gebruikte 'aanhangsel' als "één van de eerste slachtoffers" een taalkundig gedrocht. Het kost waarachtig niet meer tijd en moeite om te zeggen, respectievelijk te schrijven: "Wij behoren bij de eerste slachtoffers", of "Wij zijn de eerste slachtoffers." Zulks uiteraard afhankelijk van de exacte situatie.
Dergelijke onderwerpen
in het meervoud, met een daaraan gekoppeld enkelvoud in het gezegde of anderszins — of het tegendeel: "een aantal mensen hebben", kunnen waarlijk niet, omdat aantal een enkelvoud is —, worden dagelijks in groten getale over ons uitgestort. Helaas door instituten waarvan de presentatoren en redacteuren etc., over meer dan het geuite niveau dienen te beschikken.

Dagelijkse recidive
Dat men bij de NOS niet bepaald taalgevoelig is, wordt dag in, dag uit bewezen; daarvoor hoeven ons maar te beperken tot het Journaal. En — ik heb het hier en elders meer dan eens aangestipt — het ergst zijn nog de mensen die het weer presenteren; die moeten allen terug naar de derde klas lagere school waarin de door mij gewraakte stof wordt behandeld. "De regen die komt eraan", is geen juiste Nederlandse zin, omdat twee onderwerpen teveel van het juiste is, en daardoor juist niet meer juist. "De regen komt eraan", moet dat dan ook zijn.
"In Scandinavië daar is het nu koud", is al evenmin een aanvaardbare Nederlandse zin. Het zou alleen kunnen met een andere interpunctie: "Wat zegt u? In Scandinavië? — Daar is het koud." Het woord daar dient in het eerste voorbeeld — zoals in het dagelijkse
spraakgebruik van vooral NOS-medewerkers — achterwege te blijven. En dat geldt eveneens voor het woord dan in zinnen als "Morgen, dan regent het." Gerrit Hiemstra vormt in dit opzicht een dieptepunt.

maandag 12 januari 2009

Ons Nederlands zakt steeds verder in het moeras

In Trouw van maandag 12 januari
"Fusies kosten vaak meer dan het oplevert", meldde de elektronische middageditie van het voor de rest, in taalbegrip en taalbeheersing, doorgaans voortreffelijke dagblad Trouw. Ziet u wat er fout is in die zin, of vergaat het u al net als menig lezer van het NOS-Journaal, en is het u ook al om het even wat er achter de, al dan niet praktisch geplaatste, komma staat?
Fusies is een meervoudsvorm, dus hoort er in het tweede deel van de zin te staan: dan ze opleveren. Een andere mogelijkheid ware geweest het woord fusies te vervangen door fuseren: dan was de zin wel juist geweest.
Dat veel mensen dit soort fouten maken, is een vaststaand gegeven, maar als instanties met een voorbeeldfunctie — zoals de gedrukte èn de elektronische media — al niet verantwoord met ons Nederlands omgaan, hoe kan men dan nog verwachten dat de consumenten van dergelijke programma's — die zelf geen verder 'onderzoek doen' — het nog wel kunnen weten. Die onwetendheid, respectievelijk die intense slordigheid, breidt zich uit als een olievlek met sneeuwbaleffect, en met de gevolgen van een in de vijver geworpen steentje.

In De Pers van maandag 12 januari
Ook in een andere kwaliteitskrant — de enige tussen de drie die ons maandag tot en met vrijdag van iedere week gratis beschikbaar worden gesteld — De Pers maken (de) scribenten er ook steeds meer een potje van. Tijdens snel doorbladeren stelde ik in de uitgave van eveneens heden, binnen een minuut veel te veell stupiditeiten vast.
Zo is de werkloosheid in Duitsland meer toegenomen dan verwacht. Nog afgezien van het feit dat dit naief is van al degenen die zulks hadden verwacht binnen het kader van de algemeen-maatschappelijke ontwikkelingen op basis van de financieel-economische crisis die op en over het ondermaanse is losgebarsten, staat verderop in de kleine bijdrage dat het aantal werkelozen nu 7,6 procent bedraagt. Aangezien werkelozen niet per definitie werkloos hoeven te zijn en werklozen niet werkeloos hoeven toe te zien, lijkt het erop dat de verantwoordelijke voor die tekst in de burelen van De Pers al evenmin het verschil tussen die beide begrippen kent als zo menig medewerker van het NOS-Journaal die deze begrippen ook door elkaar gebruikt, kennelijk zonder het geringste besef dat daartussen nog werelden van verschil bestaan.
Op een andere pagina in diezelfde krant meldt iemand onder de kop Veronica doet humor, dat deze zendgemachtigde vindt dat in 2009 humor een peiler moet worden van de zender.
U zag het natuurlijk al: het woord moet PIJLER zijn.
En dat zijn dan nog maar de dwaasheden die mij bij snel bladeren in het oog sprongen. Zou dat toevallig zo zijn en de rest van deze krant alleen een toonbeeld van taalkundig exact Nederlands?
Kom nou, er doemen immers meer en meer mensen op, ook binnen de journalistiek, die helaas het verschil niet blijken te kennen tussen materiaal en materieel, en die al evenmin weten dat schijnbaar iets heel anders is dan blijkbaar.

Televisieperikelen qua taal
Maar: hoe diep is men in de wereld der algemene media gezonken als men Taalprogramma op de televisie laat presenteren door lieden die op voet van oorlog met het Nederlands verkeren. En dan is er nog die veelgeprezen quiz-presentatrice, die niet alleen bijna stikt in het overmatige en op zich al onaanvaardbare Yankenwoord okay, maar die er evenmin voor terugdeinst om te zeggen: "het NRC" of "Dan hadden hun gewonnen", en niet te vergeten "Dan had het goed geweest."
Weet zij dan helemaal niet (meer) dat in het koppelwerkwoord zijn binnen de vervoeging gebruik gemaakt wordt van vormen uit oudere Nederlandse werkwoorden: issen, bennen en wezen? Maar kom, ook de zichzelf als zo taalgevoelig profilerende ooit-CdK in de provincie Groningen, Henk Vonhoff, zei eveneens in een interview. "Dan had ...... geweest." Zou die man later in zijn memoires echt opschrijven: "Ik heb ook nog jaren CdK in Groningen geweest"?
Dus wat moet er gebeuren bij de Vara èn in de Haagse-, provinciale en de gemeentepolitiek? Er zullen als de wiedeweerga reeksen speciale cursussen Nederlands voor taalverloederende medewerkers dienen te worden georganiseerd.
Figuren als mevrouw Joosten, die er al vele jaren lang een ergerlijk potje van maakt, dient de aanzegging te krijgen dat er een heel hoge hardleersheidstoeslag zal worden ingesteld, die ten goede zal komen aan groeperingen die hulp dringend behoeven. Op die manier komt er dan toch nog iets goeds voort uit een zeer kwalijk fenomeen dat hand over hand toeneemt.
En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over het geraaskal van zo menig, of toch elke zich profilerende, medewerker van de uitzinnig irritante, Nederlandse zogeheten jongerenzender BNN.

woensdag 31 december 2008

Over taaldomheden op de Facebook-Homepage

Taaltreurnis alom
De onderstaande, vet gezette, tekst kunt u vinden in de marge van het als communicatieve internetgebeuren bekend staande Facebook. Zoals vrijwel al die nieuwerwetse, onprofessioneel werkende, maar zich o zo graag als kenners van alle ins and outs profilerende organisaties, verkeert de 'redactie' of de soortgelijke, daarvoor verantwoordelijke, afdeling, op voet van oorlog met de Nederlandse taal.
Hoezeer het ook gratis is, men heeft niet het recht u te vragen of u al een lid heeft. Want dat staat er door de toevoeging van het (hoe kon het ook anders) LID-woord EEN.
Daar hoort te staan: AL LID?

..........
heeft zich aangemeld op Facebook.
Registreren voor Facebook
om in contact te komen met
...........
Registreren
Het is gratis en iedereen
kan lid worden. Al een lid?
Aanmelden om in contact
te komen met..........


En voor degene die zich heeft aangemeld (en daarna dus van diegene), verschijnt er een tekstregel, eventueel aangevuld met fotootjes, waarin staat:
Hier zijn een aantal vrienden van..........

Doch ook die zin deugt niet. Het onderwerp van de zin, aantal, is een enkelvoud — wat daarachter als bijstelling komt: dieren, dingen, honingsoorten, koninginnen, keizers of kiezers, is niet van enig belang — en daarom hoort daar te staan:
Hier is een aantal vrienden van.........


En of je nu op E-Kudos kijkt, alsmede op zo menig ander, soortgelijk eigentijds, medium — het is taaltreurnis alom. Geen wonder dat Henk Hofland in NRC/Handelsblad zijn ergernis over zulke web-instanties uitspreekt.

zondag 21 december 2008

Das Wort — een gedicht van Friedrich Nietzsche

Das Wort

Lebendgem Worte bin ich gut:
Das springt heran so wohlgemut,
Das grüßt mit artigem Genick,
Ist lieblich selbst im Ungeschick,
Hat Blut in sich, kann herzhaft schnauben,
Kriecht dann zum Ohre selbst den Tauben,
Und ringelt sich und flattert jetzt,
Und was es tut — das Wort ergetzt.

Doch bleibt das Wort ein zartes Wesen,
Bald krank und aber bald genesen.
Willst ihm kein kleines Leben lassen,
Mußt du es leicht und zierlich fassen,
Nicht plump betasten und bedrücken,
Es stirbt oft schon an bösen Blicken —
Und liegt dann da, so ungestalt,
So seelenlos, so arm und kalt,
Sein kleiner Leichnam arg verwandelt,
Von Tod und Sterben mißgehandelt.

Ein totes Wort — ein häßlich Ding,
Ein klapperdürres Kling-Kling-Kling.
Pfui allen häßlichen Gewerben,
An denen Wort und Wörtchen sterben!

Friedrich Nietzsche (1844-1900)
Aus: Spruchhaftes aus den Jahren 1869 bis 1888

Op de foto:
Friedrich Nietzsche, Basel 1873

maandag 8 december 2008

Extra heffingen in strijd tegen hufters en proleten

In het dagblad De Pers van maandag 8 december wordt, onder de kop Woord van het jaar, aandacht besteed aan het begrip 'Hufterindex'. Daarin wordt uitgelegd dat het begrip in tal van vormen ingang heeft gevonden in het politieke taalgebruik en mede op grond daarvan is het nieuwe begrip Hufterindex ontstaan. Sommige politici zullen daar hoog op scoren als je hen eens goed onder de loep neemt.
Zelf hadden een collega en ik als boekhandelaren in de jaren zestig van de vorige eeuw al wel zo een en ander meegemaakt — zie daartoe onze zustersite Tempel der Herinneringen. Daar kunt u tal van memoires lezen die te maken hebben met gedrag van onder meer klanten van onze winkel. Zonder het hierboven genoemde begrip te gebruiken dat toen nog niet binnen ons bereik viel, hadden we echter niet lang nodig om te bepalen tot welk percentage sommige, nare, via intens vervelende, tot en met extreem hufterige, klanten voor hufterbelasting in aanmerking zouden moeten komen. Een enkele keer was de negatieve uitstraling en het daaebij behorende gedrag zo uitzinnig dat het percentage boven de honderd uitkwam, en dan werd snel besloten dat zo iemand de winkel niet meer in mocht.
Vrij snel heb ik dat stelsel-in-de-kinderschoenen enigszins aangepast en uitgebreid. Ik wilde wat meer bekendheid aan ons systeem van indeling der klandizie geven en bedacht dat dit met allitererende begrippen wellicht heel wat beter zou lukken, en zo werd het woord 'hufterbelasting' vervangen door HufterHeffing, een taks die, indien nodig, nog kon worden aangevuld met een ProletenPenning, en als zou blijken dat die bijzondere belastingen niet voldoende effect zouden sorteren, wilde ik graag een hardleersheidstoeslag achter de hand hebben met een onbeperkt percentage: zonder plafond, zal ik maar zeggen. Dat zou wel tot duizenden procenten kunnen oplopen.
Een enkele klant wijdden wij daarover in, en — het moet gezegd — dat leidde veelal tot hilariteit. Onnodig hier te melden dat juist die cliënten in het geheel niet op onze lijsten voorkwamen.
Het spreekt eigenlijk vanzelf dat overheden deze heffingen zouden kunnen invoeren, doch tevens dat zij daarvoor wel toestemming van deze zijde nodig hebben, en — zeker niet te vergeten — de auctor intellectualis daarvan geldelijk schadeloos zullen moeten stellen.