Posts tonen met het label Taalverloedering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Taalverloedering. Alle posts tonen

zaterdag 12 juni 2010

Door de helft zeggen, iets heel anders bedoelen

Vier keer zoveel
De avond van de algemene Verkiezingen, zoals die door de NOS werd uitgezonden, met de bekende presentatoren Rob Trip, Ferry Mingelen, Herman van der Zandt en nog anderen, stond, zoals dat bij de NOS gebruikelijk is, in het teken van taalperikelen. De beide eerstgenoemden zondigden veelvuldig tegen de meest eenvoudige taalregels met betrekking tot woordgeslacht, antecedent en nog zoveel meer. Goed, het gaat om een uitzending waarvan de teksten niet van tevoren zijn geredigeerd, maar spontaan opkomen en worden uitgesproken. Toch kan men leren om dat beter te doen dan bij de NOS  gewoonlijk het geval is.
Zoals verwacht, bediende Herman van der Zandt het grote scherm waarop de gewenste informatie met betrekking tot winst en verlies van de politieke partijen te zien was, en voorzag hij die snel en duidelijk van het nodige commentaar. Steeds als een partij min of meer werd gehalveerd, noemde Herman van der Zandt dat "door de helft", niet beseffend dat hij daarmee zo'n viermaal zoveel aankondigde als de werkelijkheid ons toont. Door de helft betekent immers verdubbeling.
Wat hij had moeten zeggen, volgt daaruit vanzelf:
doormiddden of middendoor, gehalveerd. Eveneens had gekund:
 tot de helft gereduceerd, en zo zijn er nog tal van mogelijkheden, maar juist het begrip dat in de gegeven context niet kon, werd tot standaard verheven.

Veel te veel onjuistheden

Nu is het, als het om juist taalgebruik gaat, altijd wat moeilijk om zonder ergernis naar een uitzending van het NOS Journaal te kijken, want daar kunnen ze er wat van op het gebied van slecht tot bar slecht omgaan met ons Nederlands. Slecht taalgebruik kunnen we constateren bij de meeste presentatoren. Het is ons echter niet bekend of zij ter redactie gemaakte teksten van eigen hand voorlezen — want dan horen ze tot de categorie der daders —, of dat dit producten zijn van collega's: in dat geval zijn zij slechts medeplichtigen.
Ook in de categorie
slecht behoren tal van correspondenten en verslaggevers die, onder meer, nog steeds het verschil niet (b)lijken te kennen tussen materiaal en materieel, tussen werkloos en werkeloos, en weten zij evenmin dat percelen etc. niet in de brand staan,  maar gewoon in brand staan en dat is toch al erg genoeg. Uitdrukkingen als in de hens en/of in de fik zijn daarentegen weer wel juist, maar komen nu niet direct in aanmerking voor opname in een Journaal-presentatie.

Bar slecht Nederlands wordt ons opgedrongen door de mensen die het Weer presenteren.
"In het noorden daar is het droog."
"De wind die komt uit het westen."
"In het midden van de week dan schijnt de zon meer."

De fout in elk van de bovenstaande drie zinnen mogen de lezers van deze tekst zelf aangeven.

Enkelvoud/meervoud
Is er nu eigenlijk nog iemand in die club met kennis van het verschil tussen enkelvoud en meervoud? Als dat in de directe bewustzijnslaag nog het geval is, zou in een zin met als onderwerp het begrip aantal, het gezegde nimmer een meervoudsvorm mogen krijgen. Een aantal mensen heeft, doet, laat, zingt, en zo voorts. Recentelijk hebben we kunnen vaststellen dat er warempel toch mensen waren, die het wel wisten: een paar presentatoren van het gewraakte Journaal brachten de tekst met de juiste werkwoordsvorm. Optimisten, zoals wij, menen dan direct dat het tij ten gunste is gekeerd, doch die vreugde is steevast van korte duur, want doorgaans dezelfde dag, in een latere editie van het NOS Journaal, gaat het op de oude — nee, niet vertrouwde, want het wil er bij ons maar niet in — voet verder.
Het NOS Journaal is een visitekaartje, niet alleen voor de bewoners van ons land, maar het laat tevens aan derden zien hoe we in dit land omgaan met nieuwspresentatie binnen het publieke omroepbestel. Mede daarom dient men aldaar met onze taal naar behoren om te gaan.
____________
Afbeeldingen
1. NOS Journaal-presentator en verkiezingsuitslag-grootscherm-deskundige Herman van der Zandt. 
2. Logo van de Nederlandse Omroep Stichting.

zondag 14 juni 2009

Recidiverende taalgedrochten in NOS-presentaties

NOS-wartaal
Verslaggever Eikelboom: "De bedoeling is om alle journalisten het land uit te krijgen, wij zijn één van de eerste slachtoffers."
Wij, meneer Eikelboom, is een meervoud, en derhalve is het gebruikte 'aanhangsel' als "één van de eerste slachtoffers" een taalkundig gedrocht. Het kost waarachtig niet meer tijd en moeite om te zeggen, respectievelijk te schrijven: "Wij behoren bij de eerste slachtoffers", of "Wij zijn de eerste slachtoffers." Zulks uiteraard afhankelijk van de exacte situatie.
Dergelijke onderwerpen
in het meervoud, met een daaraan gekoppeld enkelvoud in het gezegde of anderszins — of het tegendeel: "een aantal mensen hebben", kunnen waarlijk niet, omdat aantal een enkelvoud is —, worden dagelijks in groten getale over ons uitgestort. Helaas door instituten waarvan de presentatoren en redacteuren etc., over meer dan het geuite niveau dienen te beschikken.

Dagelijkse recidive
Dat men bij de NOS niet bepaald taalgevoelig is, wordt dag in, dag uit bewezen; daarvoor hoeven ons maar te beperken tot het Journaal. En — ik heb het hier en elders meer dan eens aangestipt — het ergst zijn nog de mensen die het weer presenteren; die moeten allen terug naar de derde klas lagere school waarin de door mij gewraakte stof wordt behandeld. "De regen die komt eraan", is geen juiste Nederlandse zin, omdat twee onderwerpen teveel van het juiste is, en daardoor juist niet meer juist. "De regen komt eraan", moet dat dan ook zijn.
"In Scandinavië daar is het nu koud", is al evenmin een aanvaardbare Nederlandse zin. Het zou alleen kunnen met een andere interpunctie: "Wat zegt u? In Scandinavië? — Daar is het koud." Het woord daar dient in het eerste voorbeeld — zoals in het dagelijkse
spraakgebruik van vooral NOS-medewerkers — achterwege te blijven. En dat geldt eveneens voor het woord dan in zinnen als "Morgen, dan regent het." Gerrit Hiemstra vormt in dit opzicht een dieptepunt.

maandag 12 januari 2009

Ons Nederlands zakt steeds verder in het moeras

In Trouw van maandag 12 januari
"Fusies kosten vaak meer dan het oplevert", meldde de elektronische middageditie van het voor de rest, in taalbegrip en taalbeheersing, doorgaans voortreffelijke dagblad Trouw. Ziet u wat er fout is in die zin, of vergaat het u al net als menig lezer van het NOS-Journaal, en is het u ook al om het even wat er achter de, al dan niet praktisch geplaatste, komma staat?
Fusies is een meervoudsvorm, dus hoort er in het tweede deel van de zin te staan: dan ze opleveren. Een andere mogelijkheid ware geweest het woord fusies te vervangen door fuseren: dan was de zin wel juist geweest.
Dat veel mensen dit soort fouten maken, is een vaststaand gegeven, maar als instanties met een voorbeeldfunctie — zoals de gedrukte èn de elektronische media — al niet verantwoord met ons Nederlands omgaan, hoe kan men dan nog verwachten dat de consumenten van dergelijke programma's — die zelf geen verder 'onderzoek doen' — het nog wel kunnen weten. Die onwetendheid, respectievelijk die intense slordigheid, breidt zich uit als een olievlek met sneeuwbaleffect, en met de gevolgen van een in de vijver geworpen steentje.

In De Pers van maandag 12 januari
Ook in een andere kwaliteitskrant — de enige tussen de drie die ons maandag tot en met vrijdag van iedere week gratis beschikbaar worden gesteld — De Pers maken (de) scribenten er ook steeds meer een potje van. Tijdens snel doorbladeren stelde ik in de uitgave van eveneens heden, binnen een minuut veel te veell stupiditeiten vast.
Zo is de werkloosheid in Duitsland meer toegenomen dan verwacht. Nog afgezien van het feit dat dit naief is van al degenen die zulks hadden verwacht binnen het kader van de algemeen-maatschappelijke ontwikkelingen op basis van de financieel-economische crisis die op en over het ondermaanse is losgebarsten, staat verderop in de kleine bijdrage dat het aantal werkelozen nu 7,6 procent bedraagt. Aangezien werkelozen niet per definitie werkloos hoeven te zijn en werklozen niet werkeloos hoeven toe te zien, lijkt het erop dat de verantwoordelijke voor die tekst in de burelen van De Pers al evenmin het verschil tussen die beide begrippen kent als zo menig medewerker van het NOS-Journaal die deze begrippen ook door elkaar gebruikt, kennelijk zonder het geringste besef dat daartussen nog werelden van verschil bestaan.
Op een andere pagina in diezelfde krant meldt iemand onder de kop Veronica doet humor, dat deze zendgemachtigde vindt dat in 2009 humor een peiler moet worden van de zender.
U zag het natuurlijk al: het woord moet PIJLER zijn.
En dat zijn dan nog maar de dwaasheden die mij bij snel bladeren in het oog sprongen. Zou dat toevallig zo zijn en de rest van deze krant alleen een toonbeeld van taalkundig exact Nederlands?
Kom nou, er doemen immers meer en meer mensen op, ook binnen de journalistiek, die helaas het verschil niet blijken te kennen tussen materiaal en materieel, en die al evenmin weten dat schijnbaar iets heel anders is dan blijkbaar.

Televisieperikelen qua taal
Maar: hoe diep is men in de wereld der algemene media gezonken als men Taalprogramma op de televisie laat presenteren door lieden die op voet van oorlog met het Nederlands verkeren. En dan is er nog die veelgeprezen quiz-presentatrice, die niet alleen bijna stikt in het overmatige en op zich al onaanvaardbare Yankenwoord okay, maar die er evenmin voor terugdeinst om te zeggen: "het NRC" of "Dan hadden hun gewonnen", en niet te vergeten "Dan had het goed geweest."
Weet zij dan helemaal niet (meer) dat in het koppelwerkwoord zijn binnen de vervoeging gebruik gemaakt wordt van vormen uit oudere Nederlandse werkwoorden: issen, bennen en wezen? Maar kom, ook de zichzelf als zo taalgevoelig profilerende ooit-CdK in de provincie Groningen, Henk Vonhoff, zei eveneens in een interview. "Dan had ...... geweest." Zou die man later in zijn memoires echt opschrijven: "Ik heb ook nog jaren CdK in Groningen geweest"?
Dus wat moet er gebeuren bij de Vara èn in de Haagse-, provinciale en de gemeentepolitiek? Er zullen als de wiedeweerga reeksen speciale cursussen Nederlands voor taalverloederende medewerkers dienen te worden georganiseerd.
Figuren als mevrouw Joosten, die er al vele jaren lang een ergerlijk potje van maakt, dient de aanzegging te krijgen dat er een heel hoge hardleersheidstoeslag zal worden ingesteld, die ten goede zal komen aan groeperingen die hulp dringend behoeven. Op die manier komt er dan toch nog iets goeds voort uit een zeer kwalijk fenomeen dat hand over hand toeneemt.
En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over het geraaskal van zo menig, of toch elke zich profilerende, medewerker van de uitzinnig irritante, Nederlandse zogeheten jongerenzender BNN.

vrijdag 28 november 2008

Voortschrijdende taalverloedering bij steeds meer regionale en landelijke televisiepresentatoren

1. "De kleedkamers die zijn koud, die zijn nat . . ."
2. "We hebben gesproken met de gemeente Tilburg. En die hebben . . ."
3. "De stad telt minder werkelozen dan twee jaar geleden . . ."
4. "Een aantal mensen hebben . . ."
5. "De brandweer rukte uit met groot materiaal."



Hierboven staan vijf zinnen foutief Nederlands. Toch worden ze alle bijna dagelijks uitgesproken, — of vormvarianten daarvan — door tal van televisiepresentatoren van Groningen tot Maastricht, en niet te vergeten door die van het NOS Journaal en diverse actualiteitenrubrieken.
Niet één van de bovenaan afgedrukte zinnen kan, hoe je het ook wendt of keert, als mogelijk juist worden aangemerkt, aangezien direct blijkt dat op geen enkele manier in een eventuele aanvulling van al die zinnen de fouten daarin zou (kunnen) opheffen.


Een kleine uitzondering zou men voor de derde regel kunnen hebben, ware het niet dat deze in de context van het fenomeen werkloosheid werd uitgesproken. En er is nu eenmaal een wereld van verschil, danks die éne klinker, tussen werkloosheid en werkeloosheid. In het eerste geval gaat het over (mensen die) zonder werk in de zin van een baan of vrijwilligershandelingen zijn, de tweede categorie bestaat uit mensen die zitten, lopen of liggen te niksen, die worden gekenmerkt door het uitblijven van enige vorm van handelingen.
"De stad telt minder werklozen dan twee jaar geleden."


De eerste zin heeft in het voorbeeld twee onderwerpen: kleedkamers en die; dat kan echter niet, en derhalve met het tweede worden geschrapt. — "De kleedkamers zijn koud en nat."


In de tweede zin staat het lijdend voorwerp gemeente, dat in de toevoeging onderwerp wordt, maar niet plotseling als een meervoud kan worden gebruikt, en derhalve moet daars staan: HEEFT. ". . . en die heeft . . ."


De vierde zin heeft een enkelvoud als onderwerp, en wat daar nog eventueel achteraan komt, is niet van belang, dus: HEEFT. "Een aantal mensen heeft . . ."
(Dit is de meest vorkomende fout in presentaties van onderwerpen in journaals en programma's met actualiteiten, door personen die een quiz presenteren of lieden die anderszins de kijker toespreken.)


Als de vijfde zin wordt uitgesproken, blijkt dat degene die dat doet, niet op de hoogte is — althans niet in de direct-bewuste laag — van het verschil tussen materiaal en materieel.
Misschien dat de brandweer wel heel veel verschillende materialen meebrengt, maar uitrukken doet deze hulpdienst nu eenmaal met groot materieel.

donderdag 4 september 2008

Wat een Rijksinstituut ons onbedoeld aanreikt door reiken — ook onbedoeld — te verwarren met rijken

"Rijken en grijpen bij te vroeg geboren kinderen"

"Te vroeg geboren kinderen doen er langer over dan voldragen kinderen om zich de visuomotorische handelingen van rijken en grijpen eigen te maken. Ook doen ze het vaak op een andere manier. Rijken en grijpen vormen de basis van vele andere handelingen, zoals schrijven en veters strikken.". . . . .

De tekst in de bovenstaande alinea stond in een persbericht van de Rijksuniversiteit Groningen van gisteren, dinsdag 3 september.

Reik niet naar mij, gij ongevulde handen, denk ik dan spontaan.

Nou is juist spellen een heikele kwestie, die niet in de beginjaren van de eenentwintigste eeuw plotsklaps is opgedoken, evenmin als zoveel andere taalgruwelen die dag in, dag uit over ons worden uitgestort door journaallezers en spelleiders, alsmede door andere veelpraters op de buis. Wat daarbij echter opvalt, is het schrijnend hoge tempo waarmee deze symptomen een besmettelijkheidsniveau blijken te ontwikkelen dat ons rechtvaardigt om van een epidemie te spreken.

Dat deze ijdele lieden allang niet meer het verschil kennen tussen werklozen en werkelozen, ook niet het onderscheid kunnen maken tussen materiaal en materieel, en evenmin tussen schijnbaar en blijkbaar, is — hoewel ook niet bepaald nieuw — symptomatisch voor een in ijltempo degenererend niveau van taalkennis, taalbegrip en taalbeheersing.

Reeds op de lagere school, in de derde klas, werden er in mijn jonge leerjaren flink wat lesuren besteed aan de verschillen tussen D, T, en DT, alsmede aan dat tussen EI en IJ.

En met dat laatste onderscheid zijn we aangeland bij de fout in het Persbericht. Wellicht dat het begrip Rijksuniversiteit hier een rol heeft gespeeld, en anders eventualiter de zeer snel voortschrijdende hoeveelheid rijken op deze aardbol, die deze status veelal hebben verworven door niet alleen in tal van situaties, geboden dan wel gesignaleerde, kansen te grijpen.


Terzijde: veters

Overigens, veters strikken. Is het de geleerde(n) in kwestie bekend dat hele volksstammen niet in staat zijn een smoking- of rokdasje te strikken, ondanks het feit dat dit op dezelfde manier gaat als het strikken van een veter, hetgeen al die studenten en andere dragers van de vlinderstrik weer wel blijken te kunnen. Nou ja, bijna allen.

Taaldwaasheid in de Volkskrant van heden

"Consumenten en bedrijven in Nederland betalen al jarenlang te veel voor hun gas en elektriciteit. Dat komt omdat toezichthouder NMa te hoge tarieven heeft vastgesteld."
Deze dwaze zin kon men hedenochtend in de onlne-versie van de Volkskrant lezen. "Hoezo dwaas?" zal menigeen vragen, vooral als men de zin van deze onzin-zin begrijpt. Wat er staat, is echter per definitie niet in juist Nederlands gesteld, zelfs als de NMa de tarieven zou hebben vastgesteld, aangezien het woord omdat in ieder geval misplaatst is. Doch het geheel van wat deze aaneenschakeling van woorden wil uitdrukken, is iets volstrekt anders. Juist zou zijn:
"Consumenten en bedrijven in Nederland betalen al jarenlang te veel voor hun gas en elektriciteit. Dat komt doordat de energiebedrijven te hoge tarieven hebben vastgesteld. Dit is aan het licht gekomen na een onderzoek door toezichthouder NMa." Of iets van dezelfde strekking.
_________
NMa: Nederlandse Mededingingsautoriteit.

dinsdag 2 september 2008

Tien voor taal vanaf 3 september weer op de buis.

Taal(on)kunde
Vanaf woensdag 3 september, tussen 21:20 uur en 22:00 uur, zendt de KRO via Nederland 2 weer afleveringen uit van het programma Tien voor taal. Het gebeuren wordt omschreven als een "taalstrijd op niveau tussen Nederland en Vlaanderen". Het ware beter geweest de omschrijving Nederlanders en Vlamingen te gebruiken, aangezien er geen sprake is van één of andere door (een) staatsoverhe(i)d(en) geïnitieerde tweekamp die voor de beide betreffende gebieden van het Nederlands dient te worden uitgevochten.
Het programma is ooit onderscheiden vanwege de kwaliteiten op taalkundig gebied, hetgeen in principe positieve invloed zou kunnen hebben op de kijkers. Dat bij de berichtgeving over die prijs indertijd nadrukkelijk werd gesteld dat deze onderscheiding zich niet uitstrekte tot de beide presentatoren: Anita Witzier, die het programma al sedert 1996 voor de betreffende zendgemachtigde 'presenteert', en de Belg Marcel Vanthilt, die in alle programma's waaraan hij zichtbaar en hoorbaar meewerkt, blijk geeft van een verregaand taalonvermogen. Het was een kleine pleister op de grote wonde toen we dat lazen, al vinden wij dat deze beide kletskoppen en taalonnozelaars nimmer voor zo'n programma hadden mogen worden ingezet. Anita Witzier is in de voetsporen van haar vader gestapt: hij was begrafenisondernemer ten faveure van wijlen de dode lijken van overleden mensen zaliger. Dochterlief daarentegen doet er alles aan om ons Nederlands steeds maar weer ten grave te dragen. Een citaat uit haar koker luidt: "Ik dacht onlangs: hé, ik ben al heel lang lekker oké." Als u dat gruwelijks heeft gelezen, is er geen twijfel meer mogelijk: dat is blatend gegakker van een kakelgeitje, cat u nimmer meer hoeft te horen, te zien of te lezen.

Slechte voorbeelden
Overigens maakte ook voorganger Jan Gerrit Bob Arend Leverman (1943-2006) — vast en zeker beter bekend onder de artiestennaam Robert Long — er indertijd reeds een pijnlijk potje van en sprak hij de spelers — die geen kandidaten zijn maar deelnemers — toe alsof dezen voor de helft tot negen tienden imbeciele kleuters waren.
Derhalve hier en nu aan u het advies: kijk en luister tot lering en vermaak naar de inhoud van die uitzendingen, maar probeer het pijnlijk domme gesnater van Anita Witzier en het gereutel van Marcel Vanthilt buiten uw grijze cellen te houden. Zij beiden zouden moeten worden verbannen naar een Paasvuureiland om aldaar hun pijnlijke gebrek aan taalbegrip en taalbeheersing op de bodem, de wolken en de golven los te laten, aangezien die immuun zijn voor een eventuele besmetting.

donderdag 5 juni 2008

Door reclame aan ons opgedrongen taalidiotie

Yankisme
Een firma, die we niet direct met name zullen noemen, maar die we zullen omschrijven als de meerlandenketen met twee eigenaren, de gebroeders A, die met het aanvankelijk zo sterk geridiculiseerde bedrijf — dat een factor van groot belang is geworden binnen de Europese levensmiddelenbranche — een privévermogen hebben weten op te bouwen van vijftig miljard euro, slaagt er doorgaans in om, via het foldermateriaal en de veelal gelijke teksten in de wekelijkse advertenties in tal van dag- en huis aan huis bladen, niet al te dwaze, onzinnige of al te populaire taal over ons uit te storten. Doch deze week was het raak: in de folder stond het begrip koopkracht power. De analfabeet op het verantwoordelijke publiciteitskantoor heeft kennelijk zo weinig kennis van het Engels dat het haar/hem/het niet is opgevallen dat de bedoelde power, die je in een Nederlandse tekst per definitie moet mijden — aangezien het Nederlands dergelijke Yankismen absoluut niet nodig heeft — reeds in het woord koopkracht zit opgesloten. Pleonasmen, ook al is de verzwarende factor uit een andere taal overgenomen, zijn uit den boze en dienen dat te blijven.

Weinig kosten
Een andere, nog internationalere keten van winkels, die je zou kunnen omschrijven als drogistenwarenhuis, adverteert levensgroot — op reclameborden bij de ingang der filialen en ongetwijfeld in de huis aan huis bezorgde reclamekranten, en eventuele annonces in printmedia — met de kreet: "Dat kost niet duur". En dat is een onmogelijkheid. Er mag staan: "Dat is niet duur", of "Dat kost niet veel." Wat de taalonnozelaars ten burele van de reclamemakers hier hebben afgedrukt is wartaal, en het ergste daarvan is dat dit in het hoofd van zovelen blijft hangen, die zo nadrukkelijk zitten te wachten op koopjes en derhalve de inhoud van elke nieuwe folder met een enorme graagte indrinken. Toch kunnen
de vereiste vier woorden met Weinig Kosten — net zo weinig of net zo veel als voor de gedrukte onnozelheid — in juist Nederlands worden weergegeven. Hier is weer eens een halve analfabeet aan het werk geweest en kennelijk heeft niemand van 'de hogere echelons' deze uiting van taalverloedering gesignaleerd en tijdig ingegrepen.
Zo helpt de reclamewereld — welke alleen mensen aan het werk zou mogen hebben, die de basisregels van het Nederlands op hun duimpje kennen — onze taal in een steeds hoger ijltempo vakkundig om zeep.

dinsdag 3 juni 2008

Onvolledige zinnen als taalkundige norm oftewel Hoe minderbegaafdheid meer en meer zegeviert

Raaskallen als maatstaf
Hij schrijft zinnen zonder onderwerp of zonder gezegde, zonder het benodigde lidwoord of zonder het vereiste voorzetsel, hij vergeet een ontkennend woord — niet, geen, nimmer, dan wel nooit — te plaatsen waardoor zijn voorgenomen 'betoog' honderdtachtig graden wordt gedraaid. Desondanks is hij van mening dat hij het Nederlands zeer goed beheerst. Op al dat feilen aangesproken, verwijst hij naar zijn bibliografie, niet wetend dat vrij algemeen bekend is dat alle daarin opgesomde bijdragen vóór plaatsing flink onder handen zijn genomen door een verantwoordelijke redacteur, en zelfs door één die eveneens diverse malen zijn beklag over datzelfde onvermogen van diezelfde auteur aan mijn adres heeft gedaan.
Hij schrijft achter het woord meest toch nog een overtreffende trap, al zou hij, met die prima kennis en beheersing van onze taal, moeten weten dat er op die manier gewrochten ontstaan, welke niet anders dan zijn eigen onvermogen breeduit etaleren.

Prepuberaal
Zijn naam is Sander Bink — nomen est omen — en hij bezigt eveneens in correspondentie een woordenbrij, die geheel overeenkomstig dat opgemelde gebrek aan kennis en inzicht is, en ook nog eens zeer prepuberale trekken vertoont. "Toedels" en "Yep" zijn taalgedrochten die in een cultuurtijdschrift, ook al is dat elektronisch, volstrekt misplaatst zijn. Doch als je bent behept met mentale èn praktische dislexie en 'disscripsie', hoe vervelend dat ook is, hoor je dan toch thuis in de kolommen van welk serieus bedoeld tijdschrift dan ook? Natuurlijk niet, en als de betrokken redacteur — Peter Hoffman, van het weblog in casu: Rond1900.nl — in overeenstemming met de laagst denkbare basiseisen voor welke tekstredactie dan ook zou handelen, zou de Jongeheer Bink een plaats binnen dat weblog, en verder eveneens in elk denkbaar publiciteitsmedium van enig niveau, dienen te worden ontzegd. En niet pas nu, doch al zeker twee jaar.

Hoogmoedsverplettering
Al eerder heb ik de jongeheer in kwestie geadviseerd om eventueel hagepreken te houden, aangezien het geblaat en het gegakker in zulk een fenomeen toch veel minder opvalt dan in gedrukte vorm. Doch de hoogmoedsverplettering van dit zelfingenomen overjarige pubertje weerhoudt hem van de geringste zelfreflectie.
Echter, niet alleen deze, tal van woorden in onsamenhangende vorm neerkalkende, 'auteur' is te dom om voor slechts de allergeringste taalduivel een imitatie cancan te huppelen, ook de verantwoordelijke redacteur heeft daarin grote schuld op zich geladen toen hij plotsklaps in opperste wijsheid heeft besloten dat al die wartaal dient te blijven staan zoals de auteur deze op het net zet.
Tel uit de winsten daarvan en concludeer dan dat de kwadratuur van het niets, evenals de wortel uit min één, reeds een groter gewicht aan positiefs in de schaal legt dan die Binkse schrijnende slordigheid en de overdonderende ongeïnteresseerdheid van dit ventje, dat helaas niet kan schrijven. En, zo moet worden gevreesd, ook al niet kan lezen, aangezien hij zijn baarlijke nonsens nimmer uit zichzelf aanpast, hetgeen in een elektronische publicatie toch maar mooi kan, in tegenstelling tot in een eenmaal in druk verschenen tekst.

Minachting
Doch de verantwoordelijke redacteur van de website waarop dit alles verschijnt, wil na een bijna tweeënhalfjarig bestaan van zijn medium plotseling dat dit gebrek aan kennis en inzicht als maatstaf geldt. Niet alleen beledigt hij daarmee de Nederlandse taal en laat hij overduidelijk zien dat hij zijn thans meest publicerende medewerker absoluut niet serieus neemt, maar profileert hij zichzelf eveneens als taalcharlatan en als volstrekt onbekwame redacteur, die meent dat een website over de cultuur van het fin de siècle als "speeltuin" beschikbaar dient te zijn. In een dergelijke instelling kan echter nog worden geëxperimenteerd, maar de pre-embryonale taalonnozelheid die nu meer en meer op die site verschijnt, heeft het niveau daarvan tot vrijwel nihil gereduceerd. Derhalve verdient ook Peter Hoffman — die zelf wel degelijk over voldoende kennis en inzicht op elk van de hierboven genoemde fronten beschikt — voor die zo breed uitgemeten defecten nog meer afwijzing dan de puberale bink, die het directe onvermogen representeert.
Men zou door dit alles kunnen vermoeden dat deze meneer Hoffman zijn eigen website zo snel mogelijk om zeep wenst te helpen, doch net niet over het vereiste doorzettingsvermogen beschikt om zelf daartoe de benodigde stappen te zetten. Beter ware het tijdig op die ingeslagen weg, geplaveid met
een reeks Freudsche Fehlleistungen, rechtsomkeer te maken.
O tempora, o mores.

donderdag 15 mei 2008

Het taalkundige onvermogen van steeds meer lieden die (nooit zouden moeten) publiceren

Columns
Verleden jaar verscheen er plotseling een column op de website van een tijdschrift dat sedert het midden van de vorige eeuw in ons land wordt uitgegeven. Nadat ik diverse keren over het zeer schrijnende, algehele onvermogen van de publicerende had geklaagd, vertrouwde de hoofdredactie mij toe, dat dit zo niet de bedoeling was en dat de persoon in kwestie kennelijk niet zo'n bijdrage wilde leveren als van redactionale zijde was gevraagd. Doch helaas had de aanhoudende nietszeggendheid van al die artikelen, alsmede het taalkundige onvermogen van de slechts woorden aaneen schrijvende persoon — die zelf kennelijk heel verguld was van de levenloze producten die maand in, maand uit op het net verschenen — zelfs na de afgesproken proefperiode geen gevolgen: de wezenloosheid kan nog steeds blijven verschijnen. Dat is iets om moedeloos van te worden. Immers, als hoofdredacties zelfs al niet meer willen ingrijpen bij uitingen van aanhoudend algeheel onvermogen, wie beschermt de eventuele geïnteresseerden dan nog? Als de persoon in kwestie zulks op een eigen site of binnen een eigen blog ten beste geeft, nou vooruit; als je eenmaal weet dat er helemaal niets van deugt, dan kun je de bijdragen maand in, maand uit overslaan. Als je echter daarnaast bedenkt dat je, als oude rot in het vak, er in zeven maanden tijd niet in bent geslaagd om diezelfde hoofdredacteur aan het verstand te peuteren wanneer een werkwoordsvorm in de derde persoon enkelvoud met een d, of met een t, dan wel met dt moet worden geschreven, en voorts dat woorden in het enkelvoud niet kunnen worden gekoppeld aan een werkwoordsvorm in het meervoud — de meest voorkomende is nog altijd het substantivum aantal gekoppeld aan een meervoudsvorm van het verbum — en vooral ook waarom dat zo is, dan mag ieder terecht het hart en alle andere lichaamsdelen vasthouden als het gaat om een antwoord op de vraag hoe het verder moet met dergelijke uitingen van minderbegaafdheid. Die vraag kan ieder voor zich makkelijk beantwoorden: steeds verder bergafwaarts.

Incompetentie
Dat laatste is in het kader van publicaties van hetzelfde instituut al gebleken nu in de printvorm van het tijdschrift met ingang van deze maand eveneens een nieuwe columnist is aangetrokken, die van zijn bevindingen kond mag doen. Doch ook hij verkeert op gespannen voet met enkele taalregels. Zo gebruikt hij verkeerde voorzetsels en meent hij dat het woord vriendin een tweedenaamvals-s verdient (zelfs als die vriendin een man mocht blijken te zijn, moeten de bestaande taalregels toch maar blijven zoals ze zijn). Ook vallen er op diverse andere punten op- en aanmerkingen, evenals kanttekeningen te maken. Opvallenderwijs is hier echter niets te bespeuren van een eindredactionele ingreep, die nu juist wel had moeten worden gerealiseerd. De verantwoordelijke deinst er niet voor terug om ingrepen te verrichten, die de zin van een tekst aantasten of zelfs honderdtachtig graden draaien, maar daar waar met enkele kleine ingrepen een beter product zou ontstaan, wordt dit achterwege gelaten. Ook dat is een vorm van incompetentie, die in veel gevallen sluipend tot maatstaf wordt verheven. Daarmee is het niet meer de grauwe middelmaat die het niveau van een blad of een blog dan wel een site — al dan niet stilzwijgend — dicteert, doch zijn het inmiddels de nog weer flink wat minder bekwamen die hun totale verdwazing subversief injecteren. Dat is een zeer bedenkelijke ontwikkeling.
Ik noemde dat meer dan eens niet alleen normvervaging maar ook verloedering. Enkele collega's die in diverse publiciteitsbranches werkzaam zijn — en als menselijk wezen stuk voor stuk niet van een gebrek aan meegaandheid of mildheid kunnen worden beticht — en met al die hier opgemelde aspecten eveneens dagelijks worden geconfronteerd, gingen met hun negatieve kwalificaties nog wel wat verder in een veroordeling. Daarbij viel meer dan eens het begrip redactionele degeneratie.

Regelgeving ad absurdum
Bijna twee jaar heb ik, gemiddeld beschouwd dagelijks, een bijdrage geleverd aan een in ons land verschijnend publiciteitsmedium. Ook daarin heb ik mijn afschuw jegens de hierboven aangestipte vormen van minderbegaafdheid duidelijk naar voren gebracht en, zo nodig, ingegrepen in stukken die als reactie kwamen op mijn artikelen. De eigenaar van de website, die als scribent wel met kop en schouders uitstak boven de andere publicerenden via dat medium, meldde veelal in — soms toch ietwat al te — onderdanige bewoordingen hoezeer hij toch de commentaren uit mijn ganzenveer — geuit via tiktoetsen en kabelelektronica — waardeerde, ja, dat deze op zich reeds een hele belevenis waren. Niet in de laatste plaats als het ging om reacties op de totale verdwazing, die één minimalistische mede-auteur in de nachtelijke uren zodanig ten beste gaf dat de drank- en braakselwalm zelfs van het scherm afspatte.
Vanzelfsprekend moet een journalist geïnterviewden tegen zichzelf in bescherming nemen door letterlijke citaten qua taalgebruik aan de werkelijkheid aan te passen. Iemand die "nooit geen" zegt, stel je niet bloot, maar help je door datgene op te schrijven wat hij of zij met die twee woorden wilde zeggen door één woord af te drukken: nooit, dan wel geen. En zulks doe je niet alleen in printmedia doch eveneens in de hand over hand toenemende elektronische uitingen van publiciteitsdrang. En als het om tikfouten of andersoortige overduidelijke missers gaat, doe je dat zelfs stilzwijgend.

Cesuur
In de houding van de eigenaar van de website kwam plotseling een totale omslag. Hij bleek zeer verbolgen over een reactie, die ik weer eens heb gegeven op een staaltje van taalkundig geharrewar van de — ook door hemzelf in vertrouwelijke correspondentie aan mij zeer nadrukkelijk — gewraakte auteur. Hoewel er opnieuw zinnen zonder onderwerp, respectievelijk gezegde, in voorkwamen, droeg de door mij geuite reactie alleen bij tot het creëren van "arme lezers".
En ja hoor, er werd door de man hoogstpersoonlijk, in een vlaag van Verdonks-apodictisch site-nationalisme verkondigd dat alle reacties vanaf dat moment letterlijk dienden te blijven staan, omdat . . . . . de site in kwestie geen printmedium is maar een elektronisch blad.
Vanzelfsprekend lag aan dat late inzicht iets anders ten grondslag dan een echte overtuiging met betrekking tot verschillen in benadering. De eerdere kruiperige bewondering voor mijn terechtwijzingen was omgeslagen in grote irritatie, en daarom mocht de minderbegaafde niet meer worden gecorrigeerd en moest vanaf dat moment de nieuwe door hem vastgestelde regel worden gehandhaafd. Hij deed dit, wel wetende dat ik dan de hoed zou opzetten en de site de rug zou toekeren. Maar hij had door deze regelgeving zichzelf meteen een Pilatus-rol toebedacht.
Vanzelfsprekend verwachtte hij niet anders dan mijn vertrek, in de wetenschap welke afschuw bij mij de boventoon voert jegens scribenten die niet kunnen formuleren en die in ernstige mate op voet van oorlog verkeren met grammatica en syntaxis, met ortografie en interpunctie. Kortom, over stilistiek wilde ik het in die context al niet eens meer hebben.
De eigenaar/hoofdredacteur meldde mijn vertrek weliswaar zeer te betreuren, maar dat hij toch niet "tot elke prijs" bereid was te pogen mij voor zijn medium te behouden, al betreurde hij het mij niet aan zich te hebben kunnen binden.
Met mijn vertrek verdween ook de verdere invulling van zo'n negentig procent qua hoeveelheid teksten. Voor de oplettende lezer zal het duidelijk zijn dat hier op wat dieper gelegen niveaus iets anders (mee)speelde dan alleen de wens om het taalkundige en aanverwante onvermogen van die éne auteur tot maatstaf te verheffen. Het was slechts de stok om de hond te slaan. Zeker wel, de man had nog een ongeschild appeltje in het strikt persoonlijke vlak liggen. Die voor hemzelf kennelijk nog steeds niet duidelijke drijfveer vormt de belangrijkste aanleiding voor een ingreep die inderdaad getuigt van redactionele degeneratie.
De ouderen onder ons — die zich nog hebben laten leiden door de enige ware maatstaf: kwaliteit — moeten maar eens proberen hun winst uit te tellen; zij zullen dan tot de verbijsterende conclusie komen dat het meeste daarvan, zo niet alles, in de walmende rook en de extreem dichte mist van een journalistieke kredietcrisis is verdwenen.