"Consumenten en bedrijven in Nederland betalen al jarenlang te veel voor hun gas en elektriciteit. Dat komt omdat toezichthouder NMa te hoge tarieven heeft vastgesteld."
Deze dwaze zin kon men hedenochtend in de onlne-versie van de Volkskrant lezen. "Hoezo dwaas?" zal menigeen vragen, vooral als men de zin van deze onzin-zin begrijpt. Wat er staat, is echter per definitie niet in juist Nederlands gesteld, zelfs als de NMa de tarieven zou hebben vastgesteld, aangezien het woord omdat in ieder geval misplaatst is. Doch het geheel van wat deze aaneenschakeling van woorden wil uitdrukken, is iets volstrekt anders. Juist zou zijn:
"Consumenten en bedrijven in Nederland betalen al jarenlang te veel voor hun gas en elektriciteit. Dat komt doordat de energiebedrijven te hoge tarieven hebben vastgesteld. Dit is aan het licht gekomen na een onderzoek door toezichthouder NMa." Of iets van dezelfde strekking.
_________
NMa: Nederlandse Mededingingsautoriteit.
donderdag 4 september 2008
dinsdag 2 september 2008
Tien voor taal vanaf 3 september weer op de buis.
Taal(on)kunde
Vanaf woensdag 3 september, tussen 21:20 uur en 22:00 uur, zendt de KRO via Nederland 2 weer afleveringen uit van het programma Tien voor taal. Het gebeuren wordt omschreven als een "taalstrijd op niveau tussen Nederland en Vlaanderen". Het ware beter geweest de omschrijving Nederlanders en Vlamingen te gebruiken, aangezien er geen sprake is van één of andere door (een) staatsoverhe(i)d(en) geïnitieerde tweekamp die voor de beide betreffende gebieden van het Nederlands dient te worden uitgevochten.
Het programma is ooit onderscheiden vanwege de kwaliteiten op taalkundig gebied, hetgeen in principe positieve invloed zou kunnen hebben op de kijkers. Dat bij de berichtgeving over die prijs indertijd nadrukkelijk werd gesteld dat deze onderscheiding zich niet uitstrekte tot de beide presentatoren: Anita Witzier, die het programma al sedert 1996 voor de betreffende zendgemachtigde 'presenteert', en de Belg Marcel Vanthilt, die in alle programma's waaraan hij zichtbaar en hoorbaar meewerkt, blijk geeft van een verregaand taalonvermogen. Het was een kleine pleister op de grote wonde toen we dat lazen, al vinden wij dat deze beide kletskoppen en taalonnozelaars nimmer voor zo'n programma hadden mogen worden ingezet. Anita Witzier is in de voetsporen van haar vader gestapt: hij was begrafenisondernemer ten faveure van wijlen de dode lijken van overleden mensen zaliger. Dochterlief daarentegen doet er alles aan om ons Nederlands steeds maar weer ten grave te dragen. Een citaat uit haar koker luidt: "Ik dacht onlangs: hé, ik ben al heel lang lekker oké." Als u dat gruwelijks heeft gelezen, is er geen twijfel meer mogelijk: dat is blatend gegakker van een kakelgeitje, cat u nimmer meer hoeft te horen, te zien of te lezen.
Slechte voorbeelden
Overigens maakte ook voorganger Jan Gerrit Bob Arend Leverman (1943-2006) — vast en zeker beter bekend onder de artiestennaam Robert Long — er indertijd reeds een pijnlijk potje van en sprak hij de spelers — die geen kandidaten zijn maar deelnemers — toe alsof dezen voor de helft tot negen tienden imbeciele kleuters waren.
Derhalve hier en nu aan u het advies: kijk en luister tot lering en vermaak naar de inhoud van die uitzendingen, maar probeer het pijnlijk domme gesnater van Anita Witzier en het gereutel van Marcel Vanthilt buiten uw grijze cellen te houden. Zij beiden zouden moeten worden verbannen naar een Paasvuureiland om aldaar hun pijnlijke gebrek aan taalbegrip en taalbeheersing op de bodem, de wolken en de golven los te laten, aangezien die immuun zijn voor een eventuele besmetting.
Vanaf woensdag 3 september, tussen 21:20 uur en 22:00 uur, zendt de KRO via Nederland 2 weer afleveringen uit van het programma Tien voor taal. Het gebeuren wordt omschreven als een "taalstrijd op niveau tussen Nederland en Vlaanderen". Het ware beter geweest de omschrijving Nederlanders en Vlamingen te gebruiken, aangezien er geen sprake is van één of andere door (een) staatsoverhe(i)d(en) geïnitieerde tweekamp die voor de beide betreffende gebieden van het Nederlands dient te worden uitgevochten.
Het programma is ooit onderscheiden vanwege de kwaliteiten op taalkundig gebied, hetgeen in principe positieve invloed zou kunnen hebben op de kijkers. Dat bij de berichtgeving over die prijs indertijd nadrukkelijk werd gesteld dat deze onderscheiding zich niet uitstrekte tot de beide presentatoren: Anita Witzier, die het programma al sedert 1996 voor de betreffende zendgemachtigde 'presenteert', en de Belg Marcel Vanthilt, die in alle programma's waaraan hij zichtbaar en hoorbaar meewerkt, blijk geeft van een verregaand taalonvermogen. Het was een kleine pleister op de grote wonde toen we dat lazen, al vinden wij dat deze beide kletskoppen en taalonnozelaars nimmer voor zo'n programma hadden mogen worden ingezet. Anita Witzier is in de voetsporen van haar vader gestapt: hij was begrafenisondernemer ten faveure van wijlen de dode lijken van overleden mensen zaliger. Dochterlief daarentegen doet er alles aan om ons Nederlands steeds maar weer ten grave te dragen. Een citaat uit haar koker luidt: "Ik dacht onlangs: hé, ik ben al heel lang lekker oké." Als u dat gruwelijks heeft gelezen, is er geen twijfel meer mogelijk: dat is blatend gegakker van een kakelgeitje, cat u nimmer meer hoeft te horen, te zien of te lezen.
Slechte voorbeelden
Overigens maakte ook voorganger Jan Gerrit Bob Arend Leverman (1943-2006) — vast en zeker beter bekend onder de artiestennaam Robert Long — er indertijd reeds een pijnlijk potje van en sprak hij de spelers — die geen kandidaten zijn maar deelnemers — toe alsof dezen voor de helft tot negen tienden imbeciele kleuters waren.
Derhalve hier en nu aan u het advies: kijk en luister tot lering en vermaak naar de inhoud van die uitzendingen, maar probeer het pijnlijk domme gesnater van Anita Witzier en het gereutel van Marcel Vanthilt buiten uw grijze cellen te houden. Zij beiden zouden moeten worden verbannen naar een Paasvuureiland om aldaar hun pijnlijke gebrek aan taalbegrip en taalbeheersing op de bodem, de wolken en de golven los te laten, aangezien die immuun zijn voor een eventuele besmetting.
maandag 28 juli 2008
Duitse scholieren maken tweemaal zoveel fouten sedert de invoering van de laatste spellingwijziging
Scholierenleed
Tien jaar geleden is de Rechtschreibreform — spellinghervorming — in Duitsland van kracht geworden, een wijziging die na lang overleg door een commissie van deskundigen uit de drie landen waarin Duits de (of een) voertaal is — de Bondsrepubliek, Oostenrijk en Zwitserland —, officieel is aangenomen en op scholen verplicht werd gesteld. Na het eerste decennium met die wijziging is er een studie uitgekomen, die het afgelopen weekeinde op de jaarbijeenkomst van de Forschungsgruppe Deutsche Sprache werd voorgesteld door Uwe Grund. Daaruit blijkt dat scholieren bijna tweemaal zoveel fouten maken als voordien. In een persmededeling wordt erop gewezen dat deze fouten het bijzonder voorkomen in die onderdelen van de taal, waarin de spellingshervormers regulerend in het Duits hebben ingegrepen. Omgerekend in beoordelingscijfers — in het Duitse systeem is de waardering van 5-1, waarbij een vijf voor de slechtste prestatie wordt gegeven — zou dat een heel punt ten nadele opleveren. (Bij ons zou dat dus zelfs twee punten betekenen.)
De voorzitter van de Forschungsgruppe wijst erop dat haar onderzoek dat naar boven haalt wat de van de onderwijsministeries van de deelstaten verwacht had mogen worden: een objectieve controle op het eventuele succes van de hervorming.
De Forschungsgruppe Deutsche Sprache is samengesteld uit tegenstanders van de spellinghervorming. Leden zijn onder anderen enkele taalwetenschappers, die in ons land buiten de gespecialiseerde vakkringen geen bekendheid genieten. Iets anders ligt dat bij de literatoren, van wie Reiner Kunze (geboortejaar 1933), Sten Nadolny (geboren in 1942) en de Zwitser Adolf Muschg (geboren in 1934) in Nederland geen volstrekte onbekenden zijn.
Het is de bedoeling dat de bijdrage van Uwe Grund dezer dagen via het Internet voor alle geïnteresseerden beschikbaar komt. We zullen daar dan melding van maken.
Tien jaar geleden is de Rechtschreibreform — spellinghervorming — in Duitsland van kracht geworden, een wijziging die na lang overleg door een commissie van deskundigen uit de drie landen waarin Duits de (of een) voertaal is — de Bondsrepubliek, Oostenrijk en Zwitserland —, officieel is aangenomen en op scholen verplicht werd gesteld. Na het eerste decennium met die wijziging is er een studie uitgekomen, die het afgelopen weekeinde op de jaarbijeenkomst van de Forschungsgruppe Deutsche Sprache werd voorgesteld door Uwe Grund. Daaruit blijkt dat scholieren bijna tweemaal zoveel fouten maken als voordien. In een persmededeling wordt erop gewezen dat deze fouten het bijzonder voorkomen in die onderdelen van de taal, waarin de spellingshervormers regulerend in het Duits hebben ingegrepen. Omgerekend in beoordelingscijfers — in het Duitse systeem is de waardering van 5-1, waarbij een vijf voor de slechtste prestatie wordt gegeven — zou dat een heel punt ten nadele opleveren. (Bij ons zou dat dus zelfs twee punten betekenen.)
De voorzitter van de Forschungsgruppe wijst erop dat haar onderzoek dat naar boven haalt wat de van de onderwijsministeries van de deelstaten verwacht had mogen worden: een objectieve controle op het eventuele succes van de hervorming.
De Forschungsgruppe Deutsche Sprache is samengesteld uit tegenstanders van de spellinghervorming. Leden zijn onder anderen enkele taalwetenschappers, die in ons land buiten de gespecialiseerde vakkringen geen bekendheid genieten. Iets anders ligt dat bij de literatoren, van wie Reiner Kunze (geboortejaar 1933), Sten Nadolny (geboren in 1942) en de Zwitser Adolf Muschg (geboren in 1934) in Nederland geen volstrekte onbekenden zijn.
Het is de bedoeling dat de bijdrage van Uwe Grund dezer dagen via het Internet voor alle geïnteresseerden beschikbaar komt. We zullen daar dan melding van maken.
donderdag 17 juli 2008
Het zeer gevaarlijke virus der taalvergiftiging
Dwaas: Kartoen
Dezer dagen zijn wij ons hier, opnieuw — wezenlijk met permissie — rotgeschrokken, toen wij in een elektronische mededeling van een zichzelf als kritisch beschouwende consumentenrubriek van één onzer landelijke zendgemachtigden wartaal zagen afgedrukt. Daarin werd de opeenvolging van letters gebruikt, welke samen KARTOEN vormen. Welk een taalonkunde! Hoewel ik de omroep in kwestie daarover een elektronische berisping heb doen geworden, verwacht ik niet dat men deze serieus zal nemen, want — zoals dat veelal in het kader van kritische uitzendingen van al dan niet kritische omroepen gaat, en al helemaal in consumentenrubrieken die pretenderen, oplettend met de wereld om te gaan — men kan wel, en heel flink, uitdelen, doch men wenst nimmer, en in het gunstigste geval zelden, te incasseren en de hand in eigen boezem te steken, op jacht naar een eventueel zeer ontuchtige tepel.
Imbeciel: HUG
Het kan nog idioter. Eerder deze week kreeg ik van een instantie, die onder de naam EEN opereert, eveneens een elektronisch bericht, en daarin stond de volgende zinsnede:
Geef de nurse een virtuele hug.
Deze uiting van wel heel extreme taaldegeneratie — al moet worden toegegeven dat nurse, schandelijk en onzinnig genoeg, door onze Van Dale wordt geaccepteerd — toont opnieuw hoe zeer ons Nederlands dag in, dag uit wordt vergiftigd door Yankismen. Die echter niemand aan je kan opdringen, zolang je deze wandaad niet in een vlaag van slaafse onnadenkendheid — of zelfs in een poging om te tonen hoe goed je met de tijd meegaat — geheel zelfstandig begaat.
Ik zal niet ontkennen dat er positieve elementen aan te wijzen vallen tussen alle mogelijkheden die het fenomeen computer, en alles wat daarmee samenhangt, ons biedt, doch één van de meest duistere schaduwzijden daarvan is de in ijltempo voortschrijdende debilisering in de presentatie door middel van woorden — of iets dat zulks moet voorstellen — door steeds meer instanties die via elektronische weg hun discommunicatie de wereld rondsturen.
Zolang de opgemelde, en andere, instanties een dergelijke wanorde blijven scheppen, zullen deze mij en gelukkig ook nog wel enkele anderen op hun weg vinden. Niet omdat wij tegen taalvernieuwing zijn, maar wel degelijk tegen taalvernieling.
HUG is geen Nederlands woord en zal het nimmer mogen worden. Het maakt zo'n Bush-achtige, uitzinnig-hersenloze indruk. Evenals WOW en WOO dan wel WOE, of hoe men die uitingen van geestelijke leegte ook maar zou willen, moeten dan wel kunnen of mogen, spellen.
Waarachtig spellen is inmiddels een Heel Grote Kunst geworden, die vrijwel niemand meer beheerst. Ook en vooral binnen redacties van steeds meer printmedia en nog weer meer in elektronische kranten en dito andersoortige publicaties.
Zie daartoe eveneens onze eerder gepubliceerde artikelen in dit medium:
http://tempeldertaalkunde.blogspot.com/2008/05/
het-steeds-grotere-taalkundige.html
en:
http://tempeldertaalkunde.blogspot.com/2008/06/
onvolledige-zinnen-als-maatstaf-oftewel.html
Dezer dagen zijn wij ons hier, opnieuw — wezenlijk met permissie — rotgeschrokken, toen wij in een elektronische mededeling van een zichzelf als kritisch beschouwende consumentenrubriek van één onzer landelijke zendgemachtigden wartaal zagen afgedrukt. Daarin werd de opeenvolging van letters gebruikt, welke samen KARTOEN vormen. Welk een taalonkunde! Hoewel ik de omroep in kwestie daarover een elektronische berisping heb doen geworden, verwacht ik niet dat men deze serieus zal nemen, want — zoals dat veelal in het kader van kritische uitzendingen van al dan niet kritische omroepen gaat, en al helemaal in consumentenrubrieken die pretenderen, oplettend met de wereld om te gaan — men kan wel, en heel flink, uitdelen, doch men wenst nimmer, en in het gunstigste geval zelden, te incasseren en de hand in eigen boezem te steken, op jacht naar een eventueel zeer ontuchtige tepel.
Imbeciel: HUG
Het kan nog idioter. Eerder deze week kreeg ik van een instantie, die onder de naam EEN opereert, eveneens een elektronisch bericht, en daarin stond de volgende zinsnede:
Geef de nurse een virtuele hug.
Deze uiting van wel heel extreme taaldegeneratie — al moet worden toegegeven dat nurse, schandelijk en onzinnig genoeg, door onze Van Dale wordt geaccepteerd — toont opnieuw hoe zeer ons Nederlands dag in, dag uit wordt vergiftigd door Yankismen. Die echter niemand aan je kan opdringen, zolang je deze wandaad niet in een vlaag van slaafse onnadenkendheid — of zelfs in een poging om te tonen hoe goed je met de tijd meegaat — geheel zelfstandig begaat.
Ik zal niet ontkennen dat er positieve elementen aan te wijzen vallen tussen alle mogelijkheden die het fenomeen computer, en alles wat daarmee samenhangt, ons biedt, doch één van de meest duistere schaduwzijden daarvan is de in ijltempo voortschrijdende debilisering in de presentatie door middel van woorden — of iets dat zulks moet voorstellen — door steeds meer instanties die via elektronische weg hun discommunicatie de wereld rondsturen.
Zolang de opgemelde, en andere, instanties een dergelijke wanorde blijven scheppen, zullen deze mij en gelukkig ook nog wel enkele anderen op hun weg vinden. Niet omdat wij tegen taalvernieuwing zijn, maar wel degelijk tegen taalvernieling.
HUG is geen Nederlands woord en zal het nimmer mogen worden. Het maakt zo'n Bush-achtige, uitzinnig-hersenloze indruk. Evenals WOW en WOO dan wel WOE, of hoe men die uitingen van geestelijke leegte ook maar zou willen, moeten dan wel kunnen of mogen, spellen.
Waarachtig spellen is inmiddels een Heel Grote Kunst geworden, die vrijwel niemand meer beheerst. Ook en vooral binnen redacties van steeds meer printmedia en nog weer meer in elektronische kranten en dito andersoortige publicaties.
Zie daartoe eveneens onze eerder gepubliceerde artikelen in dit medium:
http://tempeldertaalkunde.blogspot.com/2008/05/
het-steeds-grotere-taalkundige.html
en:
http://tempeldertaalkunde.blogspot.com/2008/06/
onvolledige-zinnen-als-maatstaf-oftewel.html
maandag 14 juli 2008
"Driedrachtzaaierij" en de "tale Baylons" circa 1860
TAALKUNDIGE VRAGEN EN OPMERKINGEN
1.
Wij schreven "zaaijen;" maar De Vries en Te Winkel
Verkiezen "zaaien." — Jonckbloet, ook geen kinkel,
Schrijft "zaayen." Wat een driedrachtzaaierij,
Die tot God weet wat al verwarring heenleidt,
Maar zeker niet tot taalverfraaierij.
Ik, Jan de Rijmer, ben een vriend van eenheid
En zal, om met elk vriend te blijven,
Voortaan eenvoudig "zaajiyen" schrijven.
2.
"Gniffelen," heer Tydeman!
Is een deugdlijk Hollandsch woord.
Schoon 't wel heel licht wezen kan,
Dat ué 't nooit hebt gehoord. —
Wilt ué weer recenseeren,
Ga eerst zelf goed Hollandsch leeren,
3.
De hooggevierde Jan Clarisse,
Geheeten ook wel Jan Kanon,
Geleerder nagedachtenisse,
Die beter as ik Hollandsch kon,
Heeft "leesten" vaak en warm verdedigd.
Och, heer De Vries, daar gij u thans
Toch met dat woordenboek verdedigt,
Hergeef aan 't woord zijn ouden glans,
't Is lang in onze taal geweest en
't Kan ons nog goede diensten leesten.
4.
"Vorster," "forster" 't oud "forcester
Komt al voor bij Kiliaan;
Waarom krijt men dat onmisbaar
Woord uit voor een Moffrikaan?
't Is voor iederen vertaler
Een veel moeite en zorguithaler.
5.
O wonder, wonder, boven wonder!
In 't zelfde nummer van één blad
Schrijft A "bij-," B "bi-,", C "be-" zonder;
Wat tale Babylons is dat?
6.
Gymnastiek en gymnastische oefeningen . . . .
Dat God erbarm!
Is onze taal zóó pover dan en arm,
Dat zij geen woord zou vinden voor zoo dingen,
Die in ons natte kikkerland
Toch nooit met n a a k t h e i d samenhingen? —
Zeg "zwaalkunst," "zwaalschool," "zwalerij" en "zwalen."
Waarom? — Professor, toe, neem Gij de pen terhand,
Om ons dat kortjes te verhalen,
Begrijpelijk voor het domst verstand ¹).
JAN DE RIJMER, met burgerlijke naam
Jan Jacob Antonie Goeverneur (1809-1889)
__________
¹) Jaren geleden vroeg J. d. R. aan Prof. De Vries of onze voorouders niet, beter dan wij, een eigen woord voor: "gymnastiek" zouden hebben uitgevonden. "Stellig" zeide hij, "zwalen b.v."
____________
Afbeeldingen
1. Portret van de dichter J.J.A. Goeverneur; geschilderd door J.H. Egenberger (1822-1897).
2. Voorplat van de twee delen Dichtwerken, samen in één band uitgegeven door A.W. Sijthoff te Leiden, omstreeks 1889.
[In 1997 heb ik dit, toen deels beschadigde, boek uit een stapel 'oud papier' kunnen meenemen. ]
3. Handtekening van de dichter.
1.
Wij schreven "zaaijen;" maar De Vries en Te Winkel
Verkiezen "zaaien." — Jonckbloet, ook geen kinkel,
Schrijft "zaayen." Wat een driedrachtzaaierij,
Die tot God weet wat al verwarring heenleidt,
Maar zeker niet tot taalverfraaierij.
Ik, Jan de Rijmer, ben een vriend van eenheid
En zal, om met elk vriend te blijven,
Voortaan eenvoudig "zaajiyen" schrijven.
2.
"Gniffelen," heer Tydeman!Is een deugdlijk Hollandsch woord.
Schoon 't wel heel licht wezen kan,
Dat ué 't nooit hebt gehoord. —
Wilt ué weer recenseeren,
Ga eerst zelf goed Hollandsch leeren,
3.
De hooggevierde Jan Clarisse,
Geheeten ook wel Jan Kanon,
Geleerder nagedachtenisse,
Die beter as ik Hollandsch kon,
Heeft "leesten" vaak en warm verdedigd.
Och, heer De Vries, daar gij u thans
Toch met dat woordenboek verdedigt,
Hergeef aan 't woord zijn ouden glans,
't Is lang in onze taal geweest en
't Kan ons nog goede diensten leesten.
4.
"Vorster," "forster" 't oud "forcesterKomt al voor bij Kiliaan;
Waarom krijt men dat onmisbaar
Woord uit voor een Moffrikaan?
't Is voor iederen vertaler
Een veel moeite en zorguithaler.
5.
O wonder, wonder, boven wonder!
In 't zelfde nummer van één blad
Schrijft A "bij-," B "bi-,", C "be-" zonder;
Wat tale Babylons is dat?
6.
Gymnastiek en gymnastische oefeningen . . . .
Dat God erbarm!
Is onze taal zóó pover dan en arm,
Dat zij geen woord zou vinden voor zoo dingen,
Die in ons natte kikkerland
Toch nooit met n a a k t h e i d samenhingen? —
Zeg "zwaalkunst," "zwaalschool," "zwalerij" en "zwalen."
Waarom? — Professor, toe, neem Gij de pen terhand,
Om ons dat kortjes te verhalen,
Begrijpelijk voor het domst verstand ¹).
JAN DE RIJMER, met burgerlijke naam
Jan Jacob Antonie Goeverneur (1809-1889)
__________
¹) Jaren geleden vroeg J. d. R. aan Prof. De Vries of onze voorouders niet, beter dan wij, een eigen woord voor: "gymnastiek" zouden hebben uitgevonden. "Stellig" zeide hij, "zwalen b.v."____________
Afbeeldingen
1. Portret van de dichter J.J.A. Goeverneur; geschilderd door J.H. Egenberger (1822-1897).
2. Voorplat van de twee delen Dichtwerken, samen in één band uitgegeven door A.W. Sijthoff te Leiden, omstreeks 1889.
[In 1997 heb ik dit, toen deels beschadigde, boek uit een stapel 'oud papier' kunnen meenemen. ]
3. Handtekening van de dichter.
donderdag 5 juni 2008
Door reclame aan ons opgedrongen taalidiotie
Yankisme
Een firma, die we niet direct met name zullen noemen, maar die we zullen omschrijven als de meerlandenketen met twee eigenaren, de gebroeders A, die met het aanvankelijk zo sterk geridiculiseerde bedrijf — dat een factor van groot belang is geworden binnen de Europese levensmiddelenbranche — een privévermogen hebben weten op te bouwen van vijftig miljard euro, slaagt er doorgaans in om, via het foldermateriaal en de veelal gelijke teksten in de wekelijkse advertenties in tal van dag- en huis aan huis bladen, niet al te dwaze, onzinnige of al te populaire taal over ons uit te storten. Doch deze week was het raak: in de folder stond het begrip koopkracht power. De analfabeet op het verantwoordelijke publiciteitskantoor heeft kennelijk zo weinig kennis van het Engels dat het haar/hem/het niet is opgevallen dat de bedoelde power, die je in een Nederlandse tekst per definitie moet mijden — aangezien het Nederlands dergelijke Yankismen absoluut niet nodig heeft — reeds in het woord koopkracht zit opgesloten. Pleonasmen, ook al is de verzwarende factor uit een andere taal overgenomen, zijn uit den boze en dienen dat te blijven.
Weinig kosten
Een andere, nog internationalere keten van winkels, die je zou kunnen omschrijven als drogistenwarenhuis, adverteert levensgroot — op reclameborden bij de ingang der filialen en ongetwijfeld in de huis aan huis bezorgde reclamekranten, en eventuele annonces in printmedia — met de kreet: "Dat kost niet duur". En dat is een onmogelijkheid. Er mag staan: "Dat is niet duur", of "Dat kost niet veel." Wat de taalonnozelaars ten burele van de reclamemakers hier hebben afgedrukt is wartaal, en het ergste daarvan is dat dit in het hoofd van zovelen blijft hangen, die zo nadrukkelijk zitten te wachten op koopjes en derhalve de inhoud van elke nieuwe folder met een enorme graagte indrinken. Toch kunnen de vereiste vier woorden met Weinig Kosten — net zo weinig of net zo veel als voor de gedrukte onnozelheid — in juist Nederlands worden weergegeven. Hier is weer eens een halve analfabeet aan het werk geweest en kennelijk heeft niemand van 'de hogere echelons' deze uiting van taalverloedering gesignaleerd en tijdig ingegrepen.
Zo helpt de reclamewereld — welke alleen mensen aan het werk zou mogen hebben, die de basisregels van het Nederlands op hun duimpje kennen — onze taal in een steeds hoger ijltempo vakkundig om zeep.
Een firma, die we niet direct met name zullen noemen, maar die we zullen omschrijven als de meerlandenketen met twee eigenaren, de gebroeders A, die met het aanvankelijk zo sterk geridiculiseerde bedrijf — dat een factor van groot belang is geworden binnen de Europese levensmiddelenbranche — een privévermogen hebben weten op te bouwen van vijftig miljard euro, slaagt er doorgaans in om, via het foldermateriaal en de veelal gelijke teksten in de wekelijkse advertenties in tal van dag- en huis aan huis bladen, niet al te dwaze, onzinnige of al te populaire taal over ons uit te storten. Doch deze week was het raak: in de folder stond het begrip koopkracht power. De analfabeet op het verantwoordelijke publiciteitskantoor heeft kennelijk zo weinig kennis van het Engels dat het haar/hem/het niet is opgevallen dat de bedoelde power, die je in een Nederlandse tekst per definitie moet mijden — aangezien het Nederlands dergelijke Yankismen absoluut niet nodig heeft — reeds in het woord koopkracht zit opgesloten. Pleonasmen, ook al is de verzwarende factor uit een andere taal overgenomen, zijn uit den boze en dienen dat te blijven.
Weinig kosten
Een andere, nog internationalere keten van winkels, die je zou kunnen omschrijven als drogistenwarenhuis, adverteert levensgroot — op reclameborden bij de ingang der filialen en ongetwijfeld in de huis aan huis bezorgde reclamekranten, en eventuele annonces in printmedia — met de kreet: "Dat kost niet duur". En dat is een onmogelijkheid. Er mag staan: "Dat is niet duur", of "Dat kost niet veel." Wat de taalonnozelaars ten burele van de reclamemakers hier hebben afgedrukt is wartaal, en het ergste daarvan is dat dit in het hoofd van zovelen blijft hangen, die zo nadrukkelijk zitten te wachten op koopjes en derhalve de inhoud van elke nieuwe folder met een enorme graagte indrinken. Toch kunnen de vereiste vier woorden met Weinig Kosten — net zo weinig of net zo veel als voor de gedrukte onnozelheid — in juist Nederlands worden weergegeven. Hier is weer eens een halve analfabeet aan het werk geweest en kennelijk heeft niemand van 'de hogere echelons' deze uiting van taalverloedering gesignaleerd en tijdig ingegrepen.
Zo helpt de reclamewereld — welke alleen mensen aan het werk zou mogen hebben, die de basisregels van het Nederlands op hun duimpje kennen — onze taal in een steeds hoger ijltempo vakkundig om zeep.
dinsdag 3 juni 2008
Onvolledige zinnen als taalkundige norm oftewel Hoe minderbegaafdheid meer en meer zegeviert
Raaskallen als maatstaf
Hij schrijft zinnen zonder onderwerp of zonder gezegde, zonder het benodigde lidwoord of zonder het vereiste voorzetsel, hij vergeet een ontkennend woord — niet, geen, nimmer, dan wel nooit — te plaatsen waardoor zijn voorgenomen 'betoog' honderdtachtig graden wordt gedraaid. Desondanks is hij van mening dat hij het Nederlands zeer goed beheerst. Op al dat feilen aangesproken, verwijst hij naar zijn bibliografie, niet wetend dat vrij algemeen bekend is dat alle daarin opgesomde bijdragen vóór plaatsing flink onder handen zijn genomen door een verantwoordelijke redacteur, en zelfs door één die eveneens diverse malen zijn beklag over datzelfde onvermogen van diezelfde auteur aan mijn adres heeft gedaan.
Hij schrijft achter het woord meest toch nog een overtreffende trap, al zou hij, met die prima kennis en beheersing van onze taal, moeten weten dat er op die manier gewrochten ontstaan, welke niet anders dan zijn eigen onvermogen breeduit etaleren.
Prepuberaal
Zijn naam is Sander Bink — nomen est omen — en hij bezigt eveneens in correspondentie een woordenbrij, die geheel overeenkomstig dat opgemelde gebrek aan kennis en inzicht is, en ook nog eens zeer prepuberale trekken vertoont. "Toedels" en "Yep" zijn taalgedrochten die in een cultuurtijdschrift, ook al is dat elektronisch, volstrekt misplaatst zijn. Doch als je bent behept met mentale èn praktische dislexie en 'disscripsie', hoe vervelend dat ook is, hoor je dan toch thuis in de kolommen van welk serieus bedoeld tijdschrift dan ook? Natuurlijk niet, en als de betrokken redacteur — Peter Hoffman, van het weblog in casu: Rond1900.nl — in overeenstemming met de laagst denkbare basiseisen voor welke tekstredactie dan ook zou handelen, zou de Jongeheer Bink een plaats binnen dat weblog, en verder eveneens in elk denkbaar publiciteitsmedium van enig niveau, dienen te worden ontzegd. En niet pas nu, doch al zeker twee jaar.
Hoogmoedsverplettering
Al eerder heb ik de jongeheer in kwestie geadviseerd om eventueel hagepreken te houden, aangezien het geblaat en het gegakker in zulk een fenomeen toch veel minder opvalt dan in gedrukte vorm. Doch de hoogmoedsverplettering van dit zelfingenomen overjarige pubertje weerhoudt hem van de geringste zelfreflectie.
Echter, niet alleen deze, tal van woorden in onsamenhangende vorm neerkalkende, 'auteur' is te dom om voor slechts de allergeringste taalduivel een imitatie cancan te huppelen, ook de verantwoordelijke redacteur heeft daarin grote schuld op zich geladen toen hij plotsklaps in opperste wijsheid heeft besloten dat al die wartaal dient te blijven staan zoals de auteur deze op het net zet.
Tel uit de winsten daarvan en concludeer dan dat de kwadratuur van het niets, evenals de wortel uit min één, reeds een groter gewicht aan positiefs in de schaal legt dan die Binkse schrijnende slordigheid en de overdonderende ongeïnteresseerdheid van dit ventje, dat helaas niet kan schrijven. En, zo moet worden gevreesd, ook al niet kan lezen, aangezien hij zijn baarlijke nonsens nimmer uit zichzelf aanpast, hetgeen in een elektronische publicatie toch maar mooi kan, in tegenstelling tot in een eenmaal in druk verschenen tekst.
Minachting
Doch de verantwoordelijke redacteur van de website waarop dit alles verschijnt, wil na een bijna tweeënhalfjarig bestaan van zijn medium plotseling dat dit gebrek aan kennis en inzicht als maatstaf geldt. Niet alleen beledigt hij daarmee de Nederlandse taal en laat hij overduidelijk zien dat hij zijn thans meest publicerende medewerker absoluut niet serieus neemt, maar profileert hij zichzelf eveneens als taalcharlatan en als volstrekt onbekwame redacteur, die meent dat een website over de cultuur van het fin de siècle als "speeltuin" beschikbaar dient te zijn. In een dergelijke instelling kan echter nog worden geëxperimenteerd, maar de pre-embryonale taalonnozelheid die nu meer en meer op die site verschijnt, heeft het niveau daarvan tot vrijwel nihil gereduceerd. Derhalve verdient ook Peter Hoffman — die zelf wel degelijk over voldoende kennis en inzicht op elk van de hierboven genoemde fronten beschikt — voor die zo breed uitgemeten defecten nog meer afwijzing dan de puberale bink, die het directe onvermogen representeert.
Men zou door dit alles kunnen vermoeden dat deze meneer Hoffman zijn eigen website zo snel mogelijk om zeep wenst te helpen, doch net niet over het vereiste doorzettingsvermogen beschikt om zelf daartoe de benodigde stappen te zetten. Beter ware het tijdig op die ingeslagen weg, geplaveid met een reeks Freudsche Fehlleistungen, rechtsomkeer te maken.
O tempora, o mores.
Hij schrijft zinnen zonder onderwerp of zonder gezegde, zonder het benodigde lidwoord of zonder het vereiste voorzetsel, hij vergeet een ontkennend woord — niet, geen, nimmer, dan wel nooit — te plaatsen waardoor zijn voorgenomen 'betoog' honderdtachtig graden wordt gedraaid. Desondanks is hij van mening dat hij het Nederlands zeer goed beheerst. Op al dat feilen aangesproken, verwijst hij naar zijn bibliografie, niet wetend dat vrij algemeen bekend is dat alle daarin opgesomde bijdragen vóór plaatsing flink onder handen zijn genomen door een verantwoordelijke redacteur, en zelfs door één die eveneens diverse malen zijn beklag over datzelfde onvermogen van diezelfde auteur aan mijn adres heeft gedaan.
Hij schrijft achter het woord meest toch nog een overtreffende trap, al zou hij, met die prima kennis en beheersing van onze taal, moeten weten dat er op die manier gewrochten ontstaan, welke niet anders dan zijn eigen onvermogen breeduit etaleren.
Prepuberaal
Zijn naam is Sander Bink — nomen est omen — en hij bezigt eveneens in correspondentie een woordenbrij, die geheel overeenkomstig dat opgemelde gebrek aan kennis en inzicht is, en ook nog eens zeer prepuberale trekken vertoont. "Toedels" en "Yep" zijn taalgedrochten die in een cultuurtijdschrift, ook al is dat elektronisch, volstrekt misplaatst zijn. Doch als je bent behept met mentale èn praktische dislexie en 'disscripsie', hoe vervelend dat ook is, hoor je dan toch thuis in de kolommen van welk serieus bedoeld tijdschrift dan ook? Natuurlijk niet, en als de betrokken redacteur — Peter Hoffman, van het weblog in casu: Rond1900.nl — in overeenstemming met de laagst denkbare basiseisen voor welke tekstredactie dan ook zou handelen, zou de Jongeheer Bink een plaats binnen dat weblog, en verder eveneens in elk denkbaar publiciteitsmedium van enig niveau, dienen te worden ontzegd. En niet pas nu, doch al zeker twee jaar.
Hoogmoedsverplettering
Al eerder heb ik de jongeheer in kwestie geadviseerd om eventueel hagepreken te houden, aangezien het geblaat en het gegakker in zulk een fenomeen toch veel minder opvalt dan in gedrukte vorm. Doch de hoogmoedsverplettering van dit zelfingenomen overjarige pubertje weerhoudt hem van de geringste zelfreflectie.
Echter, niet alleen deze, tal van woorden in onsamenhangende vorm neerkalkende, 'auteur' is te dom om voor slechts de allergeringste taalduivel een imitatie cancan te huppelen, ook de verantwoordelijke redacteur heeft daarin grote schuld op zich geladen toen hij plotsklaps in opperste wijsheid heeft besloten dat al die wartaal dient te blijven staan zoals de auteur deze op het net zet.
Tel uit de winsten daarvan en concludeer dan dat de kwadratuur van het niets, evenals de wortel uit min één, reeds een groter gewicht aan positiefs in de schaal legt dan die Binkse schrijnende slordigheid en de overdonderende ongeïnteresseerdheid van dit ventje, dat helaas niet kan schrijven. En, zo moet worden gevreesd, ook al niet kan lezen, aangezien hij zijn baarlijke nonsens nimmer uit zichzelf aanpast, hetgeen in een elektronische publicatie toch maar mooi kan, in tegenstelling tot in een eenmaal in druk verschenen tekst.
Minachting
Doch de verantwoordelijke redacteur van de website waarop dit alles verschijnt, wil na een bijna tweeënhalfjarig bestaan van zijn medium plotseling dat dit gebrek aan kennis en inzicht als maatstaf geldt. Niet alleen beledigt hij daarmee de Nederlandse taal en laat hij overduidelijk zien dat hij zijn thans meest publicerende medewerker absoluut niet serieus neemt, maar profileert hij zichzelf eveneens als taalcharlatan en als volstrekt onbekwame redacteur, die meent dat een website over de cultuur van het fin de siècle als "speeltuin" beschikbaar dient te zijn. In een dergelijke instelling kan echter nog worden geëxperimenteerd, maar de pre-embryonale taalonnozelheid die nu meer en meer op die site verschijnt, heeft het niveau daarvan tot vrijwel nihil gereduceerd. Derhalve verdient ook Peter Hoffman — die zelf wel degelijk over voldoende kennis en inzicht op elk van de hierboven genoemde fronten beschikt — voor die zo breed uitgemeten defecten nog meer afwijzing dan de puberale bink, die het directe onvermogen representeert.
Men zou door dit alles kunnen vermoeden dat deze meneer Hoffman zijn eigen website zo snel mogelijk om zeep wenst te helpen, doch net niet over het vereiste doorzettingsvermogen beschikt om zelf daartoe de benodigde stappen te zetten. Beter ware het tijdig op die ingeslagen weg, geplaveid met een reeks Freudsche Fehlleistungen, rechtsomkeer te maken.
O tempora, o mores.
Abonneren op:
Posts (Atom)